
Waar vogels het dak binnendringen
Vogelwering begint met vaststellen waar vogels onder de dakbedekking komen. Bij een pannendak controleren we de onderste panrij, aansluitingen bij de gevel, dakvoet en nok. Losliggende pannen, openingen in de dakrand of ontbrekende vogelschroot geven toegang tot de ruimte onder de pannen. Nestmateriaal en veren kunnen daar waterafvoer of ventilatie hinderen. Geluid, vervuiling en beschadigde isolatie wijzen eveneens op een opening. Bij een plat dak beoordelen we dakranden, opstanden, lichtkoepels en doorvoeren waar vogels kunnen landen of onder een rand kruipen.
De voorziening moet vogels weren zonder de luchtstroom bij dakvoet of nok af te sluiten. We bespreken het verschil tussen een vogelschroot, afsluitprofiel en gaas voor een specifieke opening. Materiaal en bevestiging moeten passen bij de dakbedekking, onderconstructie en bereikbaarheid van het detail. Op onze website ziet u welke werkzaamheden rond daken en dakdetails mogelijk zijn. Na controle leggen we uit of alleen vogelwering nodig is, of dat eerst een beschadigde rand, pan of aansluiting moet worden hersteld.



























